Doel
Deelnemers laten ervaren hoe belangrijk samenwerking is en dat je als groep meer bereikt dan individueel.
Bruikbaar bij
Groepen die samenwerken om een vraagstuk van de opdrachtgever op te lossen.
Meervoudige interesses
Visueel-Ruimtelijk, Interpersoonlijk
Voorbereiding
Schaf legpuzzels van 60 stukjes aan. Bij voorkeur uit dezelfde serie, maar wel met verschillende plaatjes. Verdeel deze puzzels over kleine zakjes volgens de instructie in de PDF.
Uitvoering
Verdeel de groep in subgroepen en laat ze aan aparte tafels gaan zitten. De tafels moeten wel zo ver mogelijk uit elkaar staan.
Introduceer de opdracht met bijvoorbeeld: “Jullie hebben als kind waarschijnlijk allemaal gepuzzeld. Misschien leggen jullie nog steeds puzzels. Dus de volgende opdracht is vast niet moeilijk. Ik heb hier vier puzzels. Welke tafel heeft zijn puzzel het eerst in elkaar?”
Gaandeweg het leggen van de puzzels zullen de deelnemers erachter komen dat ze andere groepen nodig hebben om de puzzels op te lossen.
Nabespreking
Bespreek de opdracht met elkaar. Mogelijke vragen zijn:
- Wat gebeurde er toen jullie ontdekten dat jullie de puzzel niet alleen konden oplossen?
- Hoe reageerden jullie daarop?
- Wat hielp jullie om samenwerking met de andere groepen op gang te brengen?
- Wat maakte die samenwerking moeilijk?
- Waar herkennen we dit patroon in ons eigen werk.
- Wat gaan we concreet anders doen om eerder of beter samen te werken?
Verklap de ‘les’ niet zelf te snel. De werkvorm wordt sterker als deelnemers zélf de spanning ontdekken tussen competitie en gezamenlijk succes. Als facilitator kun je vooral doorvragen op momenten waarop ze zeggen: “Ja, maar wij wilden natuurlijk gewoon als eerste klaar zijn.” Daar zit waarschijnlijk veel interessant materiaal over samenwerking, belangen en onderlinge afhankelijkheid.
Tips
Wil je meer tijd aan de nabespreking besteden? In de PDF staat er een uitgebreide vragenlijst.
Bron
Nel Mostert

