Misschien herken je dit moment uit je eigen praktijk.
Een groep heeft net de divergerende fase in de brainstorm achter de rug. Het bord hangt vol met ideeën, invalshoeken en mogelijke oplossingen. De energie was goed, de betrokkenheid groot en er is hard gewerkt. Maar zodra het tijd wordt om uit al die input een richting te kiezen, verandert er iets. De gesprekken vallen stil. Blikken worden uitgewisseld. Iemand stelt voor om dan maar te gaan stemmen. Een ander wil eerst meer structuur aanbrengen.
Langzaam sluipt er twijfel in de groep. Hoe komen we hier ooit uit?
Wat hier gebeurt, wordt vaak gezien als weerstand of besluiteloosheid. In werkelijkheid bevinden groepen zich op zo’n moment in wat we de liminal space noemen: de tussenruimte waarin het oude niet meer voldoet en het nieuwe zich nog niet heeft gevormd. Het is een ongemakkelijke fase, waarin de neiging groot is om snel naar houvast te zoeken.
Op dat moment is jouw rol als facilitator cruciaal.
Want terwijl de groep zoekt naar richting, kijkt zij — vaak onbewust — naar jou. Versnel je het proces om het ongemak weg te nemen? Ga je extra uitleg geven, of help je de groep zo snel mogelijk naar een besluit? Of ga je juist vertragen, vertrouwen uitspreken en ruimte laten voor wat nog geen duidelijke vorm heeft?
De liminal space is spannend. Voor deelnemers, maar zeker ook voor jou als facilitator. Toch is dit precies de plek waar echte beweging kan ontstaan. Te veel sturing kan ervoor zorgen dat de groep dichtklapt en teruggrijpt op bekende oplossingen. Te weinig bedding kan maken dat zij verdwaalt in de veelheid aan mogelijkheden. Faciliteren in deze tussenruimte vraagt daarom om aandacht, vertrouwen en het vermogen om het niet-weten even te verdragen.
Op zo’n moment is het door jou ontworpen programma van de workshop cruciaal. Dat is dan ook de reden dat we bij de training ‘Faciliteren van Professionals – level 2‘ één hele dag besteden aan het ontwerpen van het programma van een workshop.

